Kenmerken van het Williams-Syndroom
Verstandelijke handicap
|
De meeste kinderen met het syndroom hebben een verstandelijke handicap. Bij jongen kinderen uit zich dit in een achterstand in de ontwikkeling op motorisch gebied. Ze bereiken iets later dan gewoonlijk de mijlpalen zoals lopen, praten en zindelijk worden. Vooral tijdens de schoolleeftijd is de zwakke concentratie vaak gecombineerd met overactiviteit, een probleem. Op het gebied van taal en spraak, lange termijn geheugen en sociale vaardigheden presteren de kinderen goed. Veel kinderen beleven plezier aan het luisteren naar en bezig zijn met muziek. De kinderen hebben een goed gevoel voor toon en ritme en ze kennen snel allerlei liedjes. Op andere terreinen zoals fijne motoriek, coördinatie van bewegingen en ruimtelijk inzicht is hun prestatie zwakker. |
Vriendelijk karakter
|
Kinderen met dit syndroom hebben doorgaans een vriendelijk karakter. Hun kracht ligt op sociaal gebied. Hun taalvaardigheid is meestal goed, na een langzame start. Ze zijn geïnteresseerd in de mensen om hen heen en meestal vriendelijk en uitnodigend naar hun omgeving toe. Ze hebben (soms te) weinig reserve naar vreemden en ze hebben meestal meer interesse in contact met volwassenen dan met leeftijdgenoten. |
Vergroeiing ellepijp en spaakbeen
|
Ongeveer 10% van de kinderen met Williams wordt geboren met Radio-ulnaire synostose. Hierbij zijn de twee botten in de onderarm, ellepijp en spaakbeen, aan elkaar vergroeid waardoor de rotatie van de onderarm zeer beperkt is. |
Typische gelaatsuitdrukking
|
Veel kinderen hebben een typische gelaatsuitdrukking. Deze wordt veroorzaakt door: een kleine iets opstaande neus, wijde iets openstaande mond met volle lippen, kleine kin, vrij bolle wangen, zware oogleden, veelal laag ingeplante oren, kleine tanden. Sommige kinderen hebben een stervormig patroon in de iris en veel kinderen hebben krullend haar. |
Gevoelig voor geluid
|
Veel kinderen met Williams syndroom zijn heel gevoelig voor geluid. Bepaalde geluiden kunnen pijnlijk zijn of kunnen het kind extreem doen schrikken. Vaak schermt het kind de oren af voor specifieke geluiden. Soms wordt het kind angstig of agressief van omgevingsgeluid waarop het geen invloed heeft. Dit wordt minder naarmate het kind ouder wordt, maar helemaal verdwijnen doet het meestal niet. |
Vernauwing van hart- long- of niervaten
|
Veel kinderen met Williams syndroom hebben een vernauwing van hartvaten, longvaten en/of niervaten. De vernauwingen worden meestal ontdekt wanneer het kind, vanwege een hartruisje, verwezen wordt voor een kindercardiologisch onderzoek. De ernst van de vernauwing(en) wisselt sterk per kind. De vernauwingen kunnen met het opgroeien toe- of afnemen. Meestal is het voldoende het kind regelmatig te laten controleren. Soms is de vernauwing zo ernstig dat een operatieve correctie noodzakelijk is. |
Langzame ontwikkeling taal en spraak
|
De ontwikkeling van de taal en spraak blijft achter. De eerste woordjes komen vaak pas na het tweede jaar. Het is van belang om het contact met het kind actief te stimuleren. Al vanaf enkele maanden na de geboorte kan de hulp van een (preverbaal) logopedist hierbij nuttig zijn. |
Langzame ontwikkeling motoriek
|
De ontwikkeling van de motoriek gaat langzamer dan bij leeftijdsgenootjes, vooral de coördinatie is een zwak punt. Een fysiotherapeut met ervaring in de behandeling van jonge kinderen kan advies geven over de manier waarop de motorische ontwikkeling van het kind gestimuleerd kan worden. |
Verhoogd calciumgehalte
|
Sommige baby’s met het syndroom hebben een verhoogd calciumgehalte in het bloed. Dit merk je door extreme geïrriteerdheid of “koliekachtige” symptomen. |
Slecht drinken
|
Baby’s met het Williams syndroom groeien vaak langzaam. Ze drinken slecht en spugen veel. Hulp van een logopedist met ervaring in de behandeling van kinderen met voedingsproblemen kan in deze periode een hele steun zijn. |